logo_Ede

woensdag, 23 december 2015 16:06

De joodse werkkampen Bruijnhorst en 't Schut

Written by
Rate this item
(0 votes)

Een onbekend stuk geschiedenis van de Tweede  Wereldoorlog

De joodse werkkampen vormen een vrijwel onbekend stuk geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Toch waren er zeker veertig, vooral in het oosten en noorden van Nederland.

Maar ook elders. In de gemeente Ede waren er twee: De Bruinhorst in Ederveen, en 't Schut, tussen Ede en Veenendaal.

schut

                 Overzicht werkkamp 't Schut aan de Schuttersteeg

 

Deze werkkampen werden januari 1942 opgezet, zogenaamd in het kader van de werk- verruiming voor joodse mannen tussen de 18 en 65 jaar. Deels door al bestaande gebouwen aan te kopen en te verbouwen (zoals de Bruinhorst) deels door stichting van nieuwe kampen ('t Schut). De kampen waren specifiekbedoeld voor joodse werkloze mannen.

De ware bedoeling van de bezetter met deze voor joodse mannen gebruikte werkkampen bleek, toen op 2 en 3 oktober 1942 alle mannen uit alle kampen in één keer  naar Westerbork werden getransporteerd. Tegelijk werden ook de in hun woonplaats achter-gebleven gezinsleden naar Westerbork gebracht. Vervolgens gingen zij bijna allemaal, zo’n 12.000 mensen in totaal, naar de vernietigingskampen in Oost-Europa, waar de meesten van hen binnen veertien dagen werden vermoord.

In de geschiedschrijving van Ede hebben de Edese werkkampen weinig aandacht gekregen. Zeker, de kampen waren bekend. Maar onbekend is hun rol als Joods werkkamp.

De laatste jaren is er wel meer aandacht voor het lot van (althans een aantal) tijdens WOII in Ede verblijvende Joden. Zo is er recent een monument op de Paasberg tot stand gekomen.

Dat betreft echter, in principe, alleen Joden die in WOII in de burgelijke stand stonden ingeschreven. Er staan echter ook personen op die al in 1920 uitgeschreven zijn uit de Edese burgelijke stand. En voor onderduikers was, op één uitzondering na, geen plaats.

Ook de relatief grote groep Joodse mannen die in de beide werkkampen verbleef (naar schatting zo'n 350) heeft totaal geen aandacht gekregen. Maar hun geschiedenis is dan ook onbekend. Toch waren ook zij, zij het relatief kort, inwoners van Ede, en zijn uit Ede naar Westerbork gedeporteerd.

De stichting Herinneringscentrum Kamp Westerbork is een project gestart om het verhaal
van de Joodse werkkampen te gaan vertellen. Zij wil dat doen door het doen plaatsen van herinneringstekens bij de locatie van de (veelal verdwenen) werkkampen. Middels een website en een lespakket voor het basisonderwijs en de eerste klassen van het vervolgonderwijs moet zo ook dit deel van de Joodse, en lokale, geschiedenis worden verteld, vooral aan de jeugd.

Dat vertellen, en hervertellen, is nodig omdat zonder kennis van de geschiedenis er ook
niets uit geleerd kan worden.
 

De Stichting Erfgoed  Ede heeft daarom contact opgenomen met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork met de vraag of het niet zinvol zou zijn om ook de beide Edese kampen in het project op te nemen.

Dat heeft geresulteerd in een gesprek met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Daaraan is ook door de gemeente Ede deelgenomen in de persoon van archivaris Peter van Beek, die in zijn pakket ook Erfgoededucatie heeft.

Het resultaat van dit gesprek was dat ook het Comité 1940-1945 en het Platform Militaire Historie Ede zijn uitgenodigd om mee te denken over de mogelijkheden  de Edese werkkampen, ingebed in het geheel van het project van het Herinneringscentrum Westerbork,  een duidelijke plek te geven in de Edese geschiedenis.

Vanaf 19 april t/m 31 mei 2014 is in het Historisch Museum Ede de tentoonstelling 'Er reed een trein naar Sobibor' 'te zien. Deze tentoonstelling is gemaakt door Kamp Westerbork en was ook eerder in Museum Elburg te zien.

De expositie vertelt het verhaal van het gelijknamige kamp. Negentien treinen zijn vanuit Westerbork naar Sobibor vertrokken; alle in 1943.  Ongeveer 25 Joodse Edenaren kwamen in dit kamp om. Van zes  van die Edese slachtoffers zijn korte levensverhalen opgenomen in de tentoonstelling. Deze verhalen zijn opgesteld door het Gemeentearchief Ede.
Op deze tentoonstelling is ook aandacht te gegeven aan de Edese werkkampen.

Eén van de bewoners van werkkamp 't Schut was de tekenaar Werner Löwenhardt. Hij was een van de zeer weinige overlevenden, en heeft  in een autobiografie zijn verhaal opgechreven onder de titel “Ik houd niet van reizen in oorlogstijd”. (Uitgeverij de Milliano, ISBN 9072810 414)
In dat boek is ook een aantal van zijn tekeningen uit werkkamp 't Schut en omgeving opgenomen, en deze tekeningen zijn, met welwillende toestemming van Anita Löwenhardt, dochter van de tekenaar, en Jacques de Milliano, de uitgever van het boek, ter beschikking gesteld en op de tentoonstelling gebruikt .

Stichting Erfgoed Ede
Jan Kijlstra (secretaris)

Read 882159 times Last modified on woensdag, 23 december 2015 16:48

147221 comments

Leave a comment

Make sure you enter all the required information, indicated by an asterisk (*). HTML code is not allowed.