logo_Ede

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Aan de sluitingstijd van hotels en cafés op zaterdagavond werd, ter bevordering van de zondagsrust, in onze gemeente jarenlang vrij streng de hand gehouden. Uit mijn jeugdjaren herinner ik mij dat we op zaterdagavonden veelal café De Paasberg, destijds nog van zeer bescheiden omvang, met een bezoek vereerden. De kastelein, Karel Lourens, werd van ons allerminst rijk; een jongen, die tijdens de beruchte dertiger crisisjaren, twee glaasjes bier à vijftien cent kon bestellen was al een hele spekkoper. Maar daar beurde Karel minder aan. Als loodbrander bij de ENKA-fabriek bezat hij een vast inkomen en wat het café opbracht was mooi meegenomen.

Ondanks onze geringe verteringen was het er altijd heel gezellig. Er werd een kaartje gelegd, het biljard constant bezet en dikwijls ging de baas zelf achter de piano zitten om met het spelen van populaire liedjes de stemming te verhogen. Op één punt bleek de altijd zo gemoedelijke Karel Laurens echter zeer gesteld: de sluitingstijd om klokslag elf uur.
Hij wenste geen moeilijkheden met de politie en dankzij het feit, dat de klok in de gelagkamer altijd tien minuten vóór liep, een foefje dat overigens in meer zaken werd toegepast, stonden we tijdig op straat.

Deze sluitingstijd heeft zich blijkbaar een reeks van jaren kunnen handhaven, want in de raadsvergadering van 8 juni 1960 werd een voorstel van de heer Hoolboom behandeld, waarin adressant verzoekt aan de burgemeester bevoegdheid te verlenen om de verplichte sluitingstijd op zaterdagavond van elf uur op één uur ’s nachts te brengen.
Wel zou deze vergunning slechts verleend mogen worden aan eigenaars van te goeder naam en faam bekend staande cafés en restaurants.

De heer Hoolboom gaf de volgende toelichting: “Vooral bij zomerdag hebben veel vakantiegangers die in onze gemeente vertoeven, en trouwens ook wel plaatsgenoten, juist op zaterdag behoefte de late uren nog ergens gezellig door te brengen. Vanwege het vroege sluitingsuur trekken zij daarvoor veelal naar elders hetgeen allerminst in het belang is van de plaatselijke horecabedrijven”.

De heer Van Loon kon wel met een later sluitingsuur akkoord gaan, maar dan geldig voor alle betreffende zaken in onze gemeente om elke zweem van willekeur uit te sluiten. Ook burgemeester Oldenhof voorzag op dit punt moeilijkheden, speciaal voor hem, daar hij uiteindelijk moest beslissen welke zaak al of niet tot één uur geopend moet blijven.

Overigens kon door een eigenaar voor een bepaalde zaterdagavond altijd ontheffing van de bestaande regel worden aangevraagd, waarvan echter maar weinig gebruik werd gemaakt.

Enkele raadsleden toonden zich vierkant tegen het voorstel: elf uur was laat genoeg om naar huis te gaan; men diende zich tijdig op de zondag voor te bereiden. Anderen meenden echter dat door een later sluitingsuur de zondagsrust allerminst in gevaar kwam; dat was een kwestie van persoonlijke levensbeschouwing en geen taak van de overheid.

Nadat diverse raadsleden hun zegje hadden gedaan, werd het plan van de heer Hoolboom in stemming gebracht en met veertien tegen twaalf stemmen verworpen, zodat ook in 1960 de sluitingstijd van cafés en restaurants in onze gemeente op zaterdagavond gehandhaafd bleef: elf uur en niet later!

H.J. Nijenhuis -  Edese Courant 31/05/1986